Academie Verloskunde Maastricht

VALID study: practice VAriation in Labour InDuction

Terug naar het overzicht

Het percentage inleidingen van de baring verschilt sterk tussen VSV’s. Het is onbekend hoe deze praktijkvariatie ontstaat en of dit samenhangt met verschillen in zorguitkomsten.

Begindatum: 1 mei 2020
Einddatum: 30 april 2024

Trefwoord

Inleiding van de baring, gezamenlijke besluitvorming, praktijkpatronen, kwaliteitszorg en -verbetering

Om te bepalen in welke mate de praktijkvariatie ongewenst is, onderzoeken we welke onderliggende mechanismen –zoals bijvoorbeeld besluitvorming en samenwerking tussen professionals– van invloed zijn op praktijkvariatie en of er effecten zijn voor belangrijke zorguitkomsten.

Met behulp van Perined brengen we praktijkvariatie tussen VSV’s in kaart en kijken we naar de relatie met zorguitkomsten. Zes VSV’s met verschillende percentages inleidingen worden vervolgens uitgenodigd voor een casestudie. Met zowel kwantitatief als kwalitatief onderzoek bestuderen we welke factoren bijdragen aan de praktijkvariatie op verschillende niveaus, volgens het sociologische model van praktijkvariatie. In een landelijke expertbijeenkomst stellen we vervolgens vast welke variatie ongewenst is. In gezamenlijkheid met de VSV’s stellen we doelen op voor het verminderen van ongewenste praktijkvariatie, hierbij aansluitend bij de in VSV’s al bestaande kwaliteits-verbetercycli.

Doel

Doel van de VALID studie is om in kaart te brengen welke variatie er is in Nederland tussen VSV’s met betrekking tot het inleiden van de baring, welke praktijkvariatie ongewenst, is en een plan van aanpak te ontwikkelen om ongewenste praktijkvariatie te verminderen.

Vraagstelling / Hypothese

1. Hoe groot is de praktijkvariatie tussen VSV’s in een relatief gezonde groep zwangere vrouwen (NTSV = Nulliparous women with Term Singleton Vertex pregnancy) en is er een relatie met zorguitkomsten?
2. Welke factoren spelen een rol bij de besluitvorming rondom het inleiden van de baring en dragen bij aan praktijkvariatie?
3. Welke variatie is ongewenst en waarom?
4. Welke strategie, binnen de bestaande kwaliteits-verbetercycli van VSV’s, is geschikt om ongewenste praktijkvariatie te verminderen?

Relevantie

Om meer inzicht te krijgen in het ontstaan van praktijkvariatie in de geboortezorg en hoe hier mee om te gaan, richten we ons in deze studie op het inleiden van de baring. Inleiden van de baring neemt gestaag toe en in hoeverre dit leidt tot verbetering van perinatale en maternale uitkomsten is een blijvend onderwerp van discussie. Recente studies naar inleiden van de baring bij een bepaalde zwangerschapsduur zoals de INDEX- en de SWEPIS-studie en de ARRIVE-trial laten beperkte voordelen zien. Dit roept vragen op hoe hiermee om te gaan in de praktijk, en wat dit betekent voor gezamenlijke besluitvorming. Interessant aan het voorbeeld van praktijkvariatie bij inleidingen is verder dat zorgprofessionals vanuit alle echelons (1e- en 2e lijn) betrokken zijn bij de besluitvorming. Het VALID onderzoek geeft hierdoor inzicht in dynamiek en samenwerking tussen professionals binnen een VSV, inclusief de gezamenlijke ontwikkeling van richtlijnen en protocollen en de inbreng van cliënten. Meer inzicht hierin speelt een belangrijke rol bij initiatieven gericht op kwaliteitsverbetering binnen de VSV’s.