diverse onderwijsactiviteiten
Casuïstiek
Tijdens casuïstieklessen wordt, aan de hand van cases, geoefend met het vertalen van algemene theoretische kennis naar specifieke situaties uit de verloskundige praktijk.
Colleges
Colleges dienen als ondersteuning bij het bestuderen en begrijpen van de leerstof. Ze worden gegeven door een docent die expertise bezit over het onderwerp waar het college over gaat.
Journal Clubs
Journal Clubs bestaan uit groepen van ongeveer 12 studenten. Vanaf het tweede jaar verdiepen zij zich, samen met een docent, in het kritisch beschouwen van wetenschappelijke literatuur. Vooraf geselecteerde artikelen zullen worden geanalyseerd en besproken en de mogelijke gevolgen voor het praktisch handelen zullen worden geïnventariseerd.
Onderwijspoli
Tijdens het onderwijs op de onderwijspoli wordt de verloskundige beroepspraktijk nagebootst. Er wordt veel gebruik gemaakt van simulatiecliënten. Op deze wijze wordt er een brug geslagen tussen het binnenschools en buitenschools leren.
Onderwijsgroepen
De onderwijsgroep is de spil van het PGO. In tweewekelijkse bijeenkomsten van 2 uur wordt in groepen van ongeveer 12 studenten, via de methodiek van ‘de zevensprong’, een onderwijstaak bestudeerd. Dit gebeurt onder begeleiding van een docent; de tutor.
Onderwijsgroepen nemen een belangrijke plaats in. Het werken met elkaar aan situaties uit de praktijk en het bediscussiëren van de leerstof, onder leiding van de tutor, werkt motiverend. Door met elkaar in een onderwijsgroep te leren discussiëren en samen verantwoordelijkheid te dragen voor het leerproces wordt, naast theoretische kennis, ook een aantal belangrijke samenwerkings- en communicatievaardigheden verworven.
Vaardigheidsonderwijs
Als verloskundige moet je een aantal algemene en specifieke vaardigheden beheersen. Deze vinden plaats via vaardigheidstrainingen. Het gaat hierbij om fysisch-diagnostische vaardigheden, therapeutische vaardigheden, laboratoriumvaardigheden en sociale- en communicatieve vaardigheden.
Voor het aanleren van deze vaardigheden is er voldoende ondersteuning in de vorm van fantomen, boeken en beeldmateriaal, maar ook de inzet van simulatiecliënten.








